Verslag van de negende bijeenkomst van de Studiekring Hendrik Willem Heuvel ten huize van de secretaris, Heemstrasingel 24 te Oenkerk. 16 mei 2015.

Aanwezig: René Nijhoff (vz.), Derk Jansen (secr.), Arend Heideman, Ben Wagenvoort, Lex Schaars, André van Gessel.

Afwezig: Ben van Dijk, Henk Harmsen, Dineke Hek, Wim van Heugten, Gerrit Heuvel, Johan Onstenk, Femia Siero (allen met kennisgeving).

  1. Opening, Na ampele bespreking van (nationaal) politieke onderwerpen heet René ons welkom; hij dankt de familie Jansen-Voorhans voor de geboden gastvrijheid.

  2. Ben W. heeft een aantal mededelingen in petto, die hij reserveert voor punt 4: ‘Jubileumpublicatie H.W. Heuvel’ mei 2016. In de persoon van Ben wordt nu ook al punt 5 aan de orde gesteld: ‘Uitbreiding Kring’. De voorzitter heet Ben van harte welkom als nieuw lid van de Kring; deze ziet voor de Larense Heuvelwerkgroep en de Studiekring een mooie toekomst weggelegd.
  3. Notulen van de vergadering d.d. 18 oktober. Dineke heeft zich ontwikkeld tot een deskundige op het vlak van: Heuvel en het onderwijs. De vraag, of zij zich verder in dit onderwerp gaat verdiepen is niet van belang ontbloot; René zal er naar informeren. Het positieve saldo van het Symposium wordt beheerd door de Heuvelstichting. Het verdient aanbeveling dat zowel Johan en Gerrit hun (familiale) herinneringen aan het papier toevertrouwen; wellicht kan dat door middel van interviews. René licht nog eens de relatie Heuvel – Lebbenbrugge toe. Ongetwijfeld heeft Henk Krosenbrink gereageerd op de brief van Tonnie Roeterdink; althans dat is de overtuiging van Derk, maar ter verificatie zal hij nog even bij Henk informeren.
  4. Publicatie ‘onuitgegeven werk’ (10 mei 2016). De bespreking van dit onderwerp neemt veel tijd. In dit verslag worden de hoofdlijnen weergegeven. Uit de discussie blijkt, dat er niet alleen onuitgegeven werk ter publicatie wordt aangeboden; er is ook origineel werk van diverse auteurs. De belangrijkste vraag is, of we het gaan redden. Is er voldoende materiaal en is dat tijdig drukklaar. Arend en Lex willen zich niet fixeren op de datum; volgens hen – en anderen vallen hen daarin bij – volstaat een verwijzing naar 2016; het jaar dat we na 90 jaren Heuvels overlijden herdenken. Een inventarisatie van de tot nu toe verrichte werkzaamheden levert het volgende beeld; ik schets dit mede naar aanleiding van het besprokene onder punt 7.

Ben W. – na gewezen te hebben op de verschijning van een aantal Heuvel-artikelen in Land van Lochem, waaronder een van Tonnie Roeterdink over dr. Huender – en een verwijzing naar ‘De Hof van Eeden’ uit het archief Odink, geeft aan het zogenoemde Dientje/Mientje verhaal te kunnen leveren; tevens gaat hij zich verdiepen in de relatie Heuvel – Klaus Groth. Lex acht zijn verhaal meer een causerie, maar de vergadering is een andere mening toegedaan, neerkomend op de stelling: ‘Plus est en vous’. Uit de discussie blijkt dat er diverse vragen kunnen  rijzen n.a.v. het verhaal van Lex: waarom zijn de dialect-passages ‘het mooist’?; zijn er andere dialectschrijvers die met Heuvel vergeleken kunnen worden?, heeft Heuvel ooit dialect gebruikt in leersituaties?, gebruikte hij het dialect van Laren?, vond hij Nederlands belangrijker dan het dialect?, voor wie schreef hij eigenlijk?. De causerie wordt meer en mede een artikel door de gegevens in een context te zetten, te kaderen en de antwoorden op de vragen er in te verwerken. Ben zijn activiteiten werden reeds geschetst (Dientje-verhaal; Groth); hij komt nog met een inspirerend idee en stelt voor na te denken over de uitgave van een ‘periodieke Heuvel’, d.w.z. met enige regelmaat publicaties van/over Heuvel te laten verschijnen. Zo kan er ook onuitgegeven werk bekend gemaakt worden; Heuvel adepten krijgen zo kans om hun pennenvruchten het licht te doen zien. Hij denkt verder na over de vormgeving en invulling daarvan. Arend heeft zich verdiept in de relatie Heuvel – Hoetink en kan daar een bijdrage over leveren; hij schrijft (ook) een soort vervolg op Heuvels artikel over Kolkman en zet die relatie in een weidser perspectief, m.a.w. er komt meer Gelselaar in. Als dit uitmondt in een boek, dan kan die in onze uitgave van 2016 mooi aangekondigd worden in een soort Preview, althans dat is de mening van Derk en René. Overwegenswaard is ook nog de relatie Hoetink – Persijn te signaleren, wellicht verdient de laatste een zelfstandig artikel. André verdiept zich in de uitgever Misset en zijn activiteiten jegens de boeken van Heuvel. Vragen m.b.t. datering van uitgaven richt hij aan Derk ter verificatie in de Dagboeken. Derk zal zijn bijdrage zowel beperken als uitbreiden. Het laatste heeft dan betrekking op: Maeterlinck, Egeberg, Gnostiek. Ook Heuvels taalgebruik – met een orthodox patina wordt soms modern-vrijzinnig gedachtegoed verkondigd – verdient een nadere beschouwing. Ben van Dijk, Henk Harmsen, Wim van Heugten, Henk Krosenbrink  kunnen nadenken over een bijdrage, bij voorbeeld zoals geformuleerd in Derks ‘’Overwegingen’’.

  1. Uitbreiding Studiekring: pro memorie. Maar ook: zitten er nog kandidaat leden in de regio Borculo/Eibergen?
  2. Wat verder ter tafel komt, i.e. een soort aren lezen achter de maaiers. De Heuvelwerkgroep Laren organiseert op 10 mei 2016 een speciale bijeenkomst, onder meer bestaande uit een aantal lezingen en een buitenprogramma. Een van de sprekers is de theoloog-filosoof Aad Eerland die zal spreken over: de poëzie van H.W. Heuvel. Hij is ook degene die zogenoemde ‘’Klompenpaden’ ontwikkelt. Wellicht kan hij iets betekenen bij het ontwikkelen van ‘Heuvelpaden’ (Gelselaar, Borculo, langs de Berkel etc.) Misschien is hij een potentieel lid van de Studiekring. Ben W. maakt nog de opmerking, dat diverse (her)uitgaven van werk van Heuvel voorzien moet worden van plattegronden, stambomen, (betere) indexen; de historische kadering  is ook belangrijk.