Verslag van de vijfde bijeenkomst van de Studiekring Hendrik Willem Heuvel op de Lebbenbrugge. 5 april 2014

Aanwezig: René Nijhof (vz.), Derk Jansen (secr.), André van Gessel, Henk Harmsen, Arend Heideman, Wim van Heugten, Henk Krosenbrink, Lex Schaars.

Afwezig: Ben van Dijk, Dineke Hek, Gerrit Heuvel, Johan Onstenk.  Na enkele beschouwingen c.q. filosofieën over het Odink- jaar volgt de

  1. Opening, René opent de vergadering en heet allen welkom.

  2. Vaststelling agenda. De voorgestelde agenda zal worden gevolgd.
  3. Vaststelling verslag d.d. 22 februari 2014. Het verslag wordt zonder wijzigingen en onder dankzegging aan de secretaris goedgekeurd.
  4. Heuvelsymposium, stand van zaken. Dineke stelt de uitnodigen voor de potentiële deelnemers op. Deze wordt tegelijkertijd verzonden met de uitnodiging voor de jaarvergadering van de Vereniging Vrienden van de Lebbenbrugge (mei). Ben (c.s.) verzorgt de catering op 4 oktober. De concept artikelen voor het Jaarboek zijn door de redactie – die op 16 april weer vergadert - positief ontvangen. In het Umfeld leven (leefden) enkel bezwaren. Wim wijst er op, dat er een inleidend artikel moet komen dat de artikelen introduceert en de betekenis van het symposium onderstreept voor de studie van Heuvel. Henk Harmsen maakt een concept. In het Jaarboek zal Heuvel het hoofdthema vormen; er wordt ook een aantal artikelen met algemene strekking opgenomen evenals enkele over de Eerste Wereldoorlog. Het belang van illustraties wordt onderstreept.  Henk Krosenbrink heeft uit de Dagboeken notities verzameld over W.O. I; hij kan daarvan een artikel maken, dat dan fraai als overgang kan dienen. Er wordt gewezen op krantenartikelen m.b.t. de betreffende periode aanwezig in het ECAL; daar vinden we het algemene verhaal. Henk K. verblijdt de kring met de mededeling dat een artikel over Heuvel en de Volkskunde nog steeds zijn onverminderde aandacht heeft. Het artikel van Derk over Heuvel en de mystiek is in eerste aanleg klaar; hij wijst erop, dat rondom de eeuwwende de belangstelling voor het verschijnsel in de mode was (‘het zat in de geestelijke lucht van sommigen’). Henk Kr. attendeert nog op de betekenis van de fotograaf Hoetink voor het werk van Heuvel: die foto’s hebben mede het Heuvelbeeld bepaald. Arends verhaal over Heuvel en Gelselaar, met als belangrijk item de persoon van Kolkman vordert. Arend maakt een interessante opmerking over de tijd van Heuvel, hij noemt die een tijd van tijdelijkheid: er werd veel in gang gezet, maar er was ook veel dat niet beklijfde. Het begrip prikkeldraad in relatie tot Heuvel ziet Arend als een vorm van spleen bij de meester: als bevorderaar van de landbouw kon hij niet tegen het gebruik daarvan zijn, als natuurliefhebber was hij duidelijk minder enthousiast. André heeft al veel geschreven en gaat nu schrappen. Hij volgt OAB, dus chronologisch, en zet de ontwikkelingen af tegen zijn eigen ontwikkeling. Hier wordt nogmaals gewezen op de betekenis van Hoetink en gevraagd naar de eerste foto’s van de Achterhoek. Genoemd worden de foto’s van baron van Heekeren van Kell, aanwezig in het Gelders Archief. De vraag rijst of er ook in die periode tekenaars waren die de Achterhoek vastlegden. Het artikel van Wim over de waarneming bij/van Heuvel rijpt. Henk H. werkt aan zijn voordracht; zijn concept-inleiding gaat hij in het vat gieten; hij vraagt zich af, of er nog illustratiemateriaal te vinden is in het boek van Lydia van de Breemen over Tongeren. Derk ontwerpt een brief voor het Plantenfonds die via Lex naar de andere bestuursleden van dat fonds verzonden kan worden.
  5. Na het Symposium. Organisatie en werkzaamheden van de Kring. Er wordt voornamelijk gesproken over ‘Heuveliana’: de mensopvatting van Heuvel bij voorbeeld, een even complex probleem als de benadering van de mens Heuvel zelf, m.a.w. hoe dacht hij over de mens(heid), maar ook: wie was hij zelf. Zijn brieven en Dagboeken kunnen hier uitsluitsel geven. Derk vraagt zich af of hij een ‘moederskind’ was en zo zijn er wel meer zaken waarover gepsychologiseerd kan worden. Het zijn elementen die de belangstelling hebben van André; hij zal ze ‘benaderen’. Henk K. hoopt ons het volgende jaar te verblijden met een artikel over ‘Heuvel en Volkskunde’. Andere onderwerpen, interessante maar ook lastige, hebben nog geen auteur gevonden: de moderniteit van Heuvel, Heuvel als Volksverheffer, Heuvel en zijn financiën, Heuvel en zijn uitgevers, Heuvel en burgemeester De Muralt, Heuvel en het toerisme. Derk verdiept zich in Heuvel en Banning op de noemer van ‘de blauwe knoop’. Zo zijn er genoeg onderwerpen voor een eventueel volgend symposium. De belangstelling voor de komende is daarvoor maatgevend. Voor het toegankelijk maken van het werk van Heuvel moet er gekeken worden in zijn archief (ECAL), Letterkundig museum, Meertens institituut, Gelders documentatiecentrum.
  6. Wat verder ter tafel komt. Arend vraagt zich af wat de betekenis kan zijn van de social media voor de bevordering van onze Heuvelstudies en de bekendmaking daarvan. Derk deelt een door hem ontworpen programma uit voor de 4e oktober. Komt de volgende vergadering aan de orde. Afgesproken wordt elkaar de teksten van de artikelen toe te sturen, opdat overlapping wordt voorkomen.