22 februari 2014

Verslag van de vierde van de Studiekring Hendrik Willem Heuvel op de Lebbenbrugge. 22 februari 2014

Aanwezig: René Nijhof (vz.), Derk Jansen (secr.), Dieneke Hek, Gerrit Heuvel, Arend Heideman, Henk Krosenbrink, André van Gessel, Henk Harmsen.

Afwezig: Ben van Dijk, Wim van Heugten, Johan Onstenk, Lex Schaars.

  1. Opening, René opent de vergadering, spreekt een woord van welkom en complimenteert het gezelschap – in navolging van een eerdere opmerking van Lex -  dat er in de vorige vergadering een voorlopige vorm en inhoud aan het Symposium gegeven kon worden.

  2. Vaststelling van de agenda. De voorliggende agenda wordt gehandhaafd.

  3. Vaststelling van het verslag d.d. 11 januari. Het verslag wordt zonder wijzigingen goedgekeurd.
  4. Heuvelsymposium, stand van zaken. Henk Harmsen zijn bijdrage is klaar. Zoekt nog naar een vorm voor de mondelinge presentatie. Hij wil zijn voordracht over Peter Rosegger verlevendigen met behulp van een beamer presentatie. Een aantal zaken zal de nadruk krijgen: de parallellie met Heuvel, o.m. door de plaats van het landschap in zijn verhalen (Stiermarken, Maria Zell); hij zoekt in het werk van Heuvel naar directe verwijzingen naar Rosegger. Naar aanleiding hiervan komt de vraag naar voren welk beeld Heuvel zijn lezer bood. Arend merkt op, dat deze alles nauwkeurig registreerde, maar de neerslag daarvan is niet altijd in zijn werk te vinden, of, in een afgezwakte, wellicht milde vorm; naturalisme in zijn negatieve betekenis was hem vreemd. Dat doet de vraag rijzen wat zijn ‘mensopvatting’ was – een punt voor nader onderzoek, waarbij rekening moet worden gehouden met mogelijke veranderingen in die mensopvatting. André zal aandacht schenken aan zijn leeservaringen met OAB; ook in de loop der jaren, dus diachroon. Het lezen van Heuvel is inspirerend, ook op theologisch vlak. Daarnaast komen ook de ervaringen van anderen aan de orde, de behandeling van het onderwerp heeft dus zowel een individuele als collectieve component. Enkele bijzonder onderwerpen die aan de orde kunnen komen: zijn stijl (poëtische elementen daarin), zijn gebruik van synoniemen als medebepalende factor voor de sfeer van het verhaal; dit geldt ook zijn archaïsche woordgebruik in sommige gevallen, eveneens bijzondere zinsconstructies. Centraal thema is: Heimwee en Verlangen, aanduidingen die Gerrit – als familiale trekken – aanspreken. Derk vraagt aandacht voor het punt, of het Jaarboek op 4 oktober klaar kan zijn, zodat de deelnemers (niet-abonnees op het Jaarboek) het boek aan het einde van het Symposium kunnen kopen. René zal met Wim overleggen. Henk Krosenbrink doet het voorstel onderzoek te verrichten naar Heuvels houding ten opzichte van ‘het Volksverhaal’. Dat zal dan een vergelijkende beschouwing worden: algemene opvattingen, de resultaten van Henks individuele onderzoek, Heuvel. Vanuit de vergadering dringt men er op aan, dat Henk geen bescheidenheid vertone in de bekendmaking van de resultaten van zijn onderzoek. René wijst op een interessant aspect van Heuvel: moderniteit – n.b. zijn landbouwonderwijs - versus zijn ‘conservatisme’. Arend wijst op Heuvel als ‘volksverheffer’. Niet zo succesvol onder bijvoorbeeld de Liberalen van Gelselaar. Zijn vertrek aldaar een soort van vlucht. Desalniettemin is de invloed van Gelselaar onmiskenbaar aanwezig bij hem, waarbij men zich kan afvragen wat er onder ‘Gelselaar’ moet worden verstaan. Anderzijds kan onderzoek worden gedaan naar sporen van Heuvel in de moderne geschiedenis van Gelselaar. J.H. Kolkman, een intrigerende en bovenregionale figuur, vriend van Heuvel, zal de nodige aandacht krijgen in Arends verhaal; ook de diverse ‘splitsingen’ in het kerkelijke leven (Afscheiding, Doleantie, Remonstranten) komen aan de orde. Dineke zal in haar bijdrage Heuvels aardrijkskundemethode De wijde, wijde wereld centraal stellen. Zij vindt het gemak waarmee hij de informatie ten behoeve van de leerling presenteert indrukwekkend. Zijn bronnen worden nagespeurd, tevens wordt een vergelijking gemaakt met andere aardrijkskundemethoden. De naam van Prop duikt op. Hij figureert ook in de Dagboeken van Heuvel. Derk kijkt na, of hij daarin nog iets van belang kan vinden voor het verhaal van Dineke. Volgens haar – en dat is interessant – zocht hij de verbeelding c.q. uitbeelding van/in het verhaal in de tekst; een soort visuele kracht van het ‘woord’. Derk gaat de invloeden van Maeterlinck en Van Eeden na op Heuvel, zoals die manifest worden in zijn werken. Was Heuvel nu een aanhanger van de oude of van de nieuwe mystiek? Waarschijnlijk zocht hij naar de eenwording met de Godheid in het menselijke leven, waarbij de vraag gesteld moet worden wat hij onder die Godheid verstond. Hier doet zich ook het probleem van de taal voor: diverse moderne theologen hanteerden toentertijd een min of meer orthodox taalgebruik, zodat hun preken in de ogen van confessionelen acceptabel werden. Gerrit geeft een persoonlijke impressie. Hij spiegelt zijn eigen nauwkeurigheid aan die van zijn grootvader. Een karakteristieke uitspraak van Gerrit: Grootvader was dood, kwam tot leven en ging toen pas dood. Hij zal beginnen met het opschrijven van zijn herinneringen aan grootvader; wellicht is het nuttig en nodig die herinneringen te ‘spiegelen’ aan die van Johan. Over de verdere gang van zaken wordt het volgende opgemerkt: de propaganda loopt vooreerst via De Vrienden van de Lebbenbrugge en het ECAL. In maart gaat de vooraankondiging de deur uit, tegelijk met de uitnodiging voor de jaarvergadering van de Vrienden. Hierin vermelding van de kosten: € 15. Derk maakt een ontwerp. Met betrekking tot het programma merkt Arend op, dat er misschien iets interactiefs is te bedenken. Het resultaat van de discussie is, dat onderzocht wordt, of André Arend kan interviewen over het onderwerp: Heuvel – na 100 jaar. Dieneke zal ook nadenken over de mogelijkheid haar bijdrage te verlevendigen door de keuze van een bepaalde didactische vorm. Naast de lezingen (drie klassieke en twee meer speelse) kan André (met zijn groep?) een muzikale bijdrage leveren. Ook de mogelijkheid van de dialoog in dialect (Wilterdink): Heuvel en Odink wordt nadrukkelijk open gehouden. Derk zoekt daartoe contact met Ben en informeert naar de stand van zaken m.b.t. tot de organisatie. Lex heeft gewezen op de financiële ondersteuning die het Plantenfonds eventueel kan bieden. Derk neemt contact met hem op om de mogelijkheden te onderzoeken. Waarschijnlijk kunnen de ‘Vrienden’ ook een bijdrage leveren.
  5. Na het Symposium (…), welke onderwerpen te entameren. Een korte bespreking levert de volgende onderwerpen op: Toegankelijk maken van het werk van Heuvel – zie ook de bibliotheek van het ECAL. Werk van Heuvel is nog verkrijgbaar via Boekwinkeltjes.nl André is nog steeds op zoek naar de auteur van de Gids van Bergh; René vraagt zich af of het interessant is een econoom te vragen onderzoek te doen naar de financiële situatie van de Heuveltjes. (n.b. er is een huishoudboekje in het Archief); Derk zal zich gaan verdiepen in de onderwerpen: Heuvel en de Blauwe Knoop resp. Heuvel en jhr. De Muralt; de relatie Heuvel en Banning lijkt ook nader onderzoek waard.
  6. Wat verder ter tafel komt: geen bijzonderheden.
  7. Rondvraag: hiervan wordt geen gebruik gemaakt.
  8. René sluit de vergadering. De volgende vergadering vindt plaats op zaterdag 5 april 2014 op de Lebbenbrugge; aanvang 13.30 uur.