19 oktober 2013

Verslag van de tweede bijeenkomst van de Studiekring Hendrik Willem Heuvel op 19 oktober 2013 op De Lebbenbrugge.

Aanwezig: Ben van Dijk, André van Gessel, Henk Harmsen, Arend Heideman, Dineke Hek, Wim van Heugten, Gerrit Heuvel, Derk Jansen, Henk Krosenbrink, René Nijhof, Johan Onstenk, Lex Schaars. Afwezig: Femia Siero (m.k.)

  1.  René opent de vergadering en spreekt een warm woord van welkom. Hij nodigt eenieder uit nog eens iets te zeggen over zijn betrokkenheid bij Heuvel, zie ook het verslag van 11 mei 2013, punt 2.

André noemt zich een enthousiast volger van Heuvel; is geïnteresseerd in het verhaal dat deze meester (dit in letterlijke zin) te vertellen heeft; gaf daarvan o.a blijk in een lied dat op de cd ‘Terug naar De Blauwhorst’ is opgenomen; de cd wordt aan het einde van de vergadering onder de leden van de Kring verspreid. Ben is al jaren geïntrigeerd door Heuvel en houdt zich met name bezig met zijn maatschappelijk betekenis: het gaat dan om zijn optreden in de diverse gremia waar hij lid van was.  Arend doet o.m onderzoek naar een Gelselaarse vriend van Heuvel: J.H. Kolkman. Hun onderlinge vriendschap – Kolkman was confessioneel belijnd – getuigt van Heuvels godsdienstige verdraagzaamheid. Een verwant onderzoeksterrein van Arend is ’100 jaar na Heuvel’.  Dineke, achterkleindochter van Heuvel, is naast haar dagelijkse werk o.a secretaresse van de Vrienden van de Lebbenbrugge. Zij is met name geïnteresseerd in het onderwijs dat Heuvel gaf, maar ook in de onderwijsman op zich en zijn plaats in het pedagogische krachtenveld van die tijd. Johan; in 6 woorden gaat veel zins:- hij is een kleinzoon van Heuvel -; oorspronkelijk niet zo geïnteresseerd in (het werk van) zijn grootvader. Gerrit is een kleinzoon van de meester en een zogenoemde ‘Buitenheuvel’. Zijn grootvader intrigeert hem bovenmate. Wim maakte al op relatief jeugdige leeftijd met Heuvel kennis, o.a. in de literatuurlessen op de middelbare school; hij is geïntrigeerd door de ‘waarnemer’ Heuvel, men denke aan zijn beschouwing van het Achterhoekse landschap, maar ook aan zijn werk voor het K.N.M.I. René is ook iemand die op het grensgebied van puberteit en adolescentie met Heuvel heeft kennis gemaakt. Zijn werk als voorzittter van de ‘Vrienden’ heeft dat alleen nog maar verdiept. Derk is via de bestudering van leven en werk van Heuvels vriend Hilbrandt Boschma met onze bovenmeester in aanraking gekomen. Dat heeft geresulteerd in een aantal publicaties. Lex is met name in Heuvels dialectgebruik geïnteresseerd, voornamelijk ten behoeve van WALD. Ook persoonlijke aspecten – in relatie tot Borculo – spelen een rol. Henk Krosenbrink heeft immer een diepe belangstelling gehad voor het reilen en zeilen van de Achterhoekse mens, of de mens in/en de Achterhoek; dan kan bestudering van Heuvel niet ontbreken. Henk Harmsen sluit zich hier van harte bij aan. Hem interesseert ook in het bijzonder de figuur van Gerrit Velderman en diens relatie met Heuvel.

  1. Met waardering wordt gesproken over Henk Harmsens bijdrage over Peter Rosegger. Gerrit wijst op het begrip ‘Waldschulmeister’, als ‘begrip’’ van de tijdgeest die mede een uiting kan zijn van een romantisch onderwijsideaal. Derk vraagt naar parallellen tussen de Lebbenbrugge en de Rosegger-Hof. Er wordt gewezen op Heuvels oriëntatie op Duitsland, tevens komen als aandachtspunten naar voren: Heuvel als volkskundige en Heuvel en de Eerste Wereldoorlog; daarover zijn in de Dagboeken veel gegevens te vinden. Henks artikel is uiteraard publicabel; eventueel in Het Jaarboek Achterhoek-Liemers, maar ook op onze te ontwikkelen site ( zie punt 8). Gerrit merkt naar aanleiding van zijn keuze uit de Dagboeken op, dat hij heeft gezocht naar fragmenten die iets zeggen over de sfeer in het gezin (de familie) Heuvel en ons iets doen kennen van de mentaliteit van zijn grootvader. Derk inventariseert kort de nummers uit het archief die met Heuvels onderwijskundige zijde te maken hebben.
  2. René en Derk zullen respectievelijk als voorzitter en secretaris fungeren.
  3. Het verslag d.d. 11 mei 2013 wordt ongewijzigd vastgesteld.
  4. Er zijn geen aanvullingen op de agenda.
  5. Derks toelichting op zijn “Aanzet tot een opzet’’ deel 2 levert de volgende vragen en opmerkingen op: in hoeverre was Heuvel uniek; kun je hem vergelijken met E.J. Huizenga-Onnekes (Groningen); K. ter Laan (Groningen); C. Elderink (Twente). Gesuggereerd wordt te informeren bij J. van der Kooij – oud-hoofddocent RuG voor volkskunde en orale literatuur. Tevens met een vertegenwoordiger van het Nederlandse centrum voor volkscultuur te Utrecht. Derk zal de contacten leggen. Lex maakt de belangrijke opmerking dat Heuvel niet schrijft vanuit een bepaalde ideologie. Dat was bij andere volkskundigen wel anders. Arend wijst op de mogelijke betekenis van Willem Banning (predikant te Haarlo met wie Heuvel anti-alcohol cursussen verzorgde, later een der oprichters van de PvdA)  voor onze meester. Wim verwijst naar prof. Jacob van Rees, de oprichter van de Kolonie van de Internationale Broederschap te Blaricum. Via een opmerking over Heuvels politieke gezindheid wordt gesproken over zijn sociale status. Kan hij geduid worden als (erfgenaam van) een  eigengeërfde boer? Wat betekende dat voor zijn plaats in de samenleving? Met instemming wordt de mededeling van Ben ontvangen dat de Heuvelstichting overweegt een Heuvelfietsroute te ontwerpen. Een belangrijk punt van de bespreking vormt de raadpleegbaarheid van de Dagboeken van Heuvel. Momenteel zijn ze nog in het bezit van Johan en hij aarzelt m.b.t plaatsing in het Ecal te Doetinchem; ook bij een openbare toegankelijkheid zet hij vraagtekens. Desalniettemin zijn de Dagboeken van essentieel belang om te komen tot een visie op de ‘hele Heuvel’. Vraag is bij plaatsing te Doetinchem welke voorwaarden daaraan verbonden moeten worden. Daarnaast is van belang dat de Dagboeken niet plompverloren op het net komen, maar dat er een inleiding en –eventueel- een annotatie wordt gemaakt.
  6. René stelt voor dat in een informatieronde de deelnemers de prioriteiten t.a.v. hun Heuvelonderzoek te kennen geven en welke vragen bij hen leven. Henk Harmsen acht het van belang dat kennis omtrent Heuvel bij elkaar wordt gebracht. Vraag blijft voor hem: waar haalde hij de tijd vandaan voor al zijn activiteiten?  André zal onderzoek doen naar het begrip Romantiek bij Heuvel; Ben verdiept zich in zijn maatschappelijke betekenis met name in Borculo; Arend, 1914-2014: na 100 jaar; Dineke bestudeert zijn visie op het onderwijs ook in vergelijking met het heden; Johan werkt het archief verderaf; Gerrit onderzoekt hoe Heuvel en De Lebbenbrugge in het Openluchtmuseum meer aandacht kunnen krijgen (hier komt de vraag op hoe hij dacht over de oprichting van het Openluchtmuseum). Er wordt gewezen op de betekenis die het onderwijs kan hebben om de kennis van Heuvel te promoten; excursies naar de Lebbenbrugge, maar ook via een aantal Pedagogische Akademies. Wim bezint zich op het fenomeen ‘waarneming’ bij/van Heuvel; René analyseert de oerversie van OAB met de officiële uitgave;  Derk doet onderzoek naar de verhouding Heuvel - Van Eeden – Maurice Maeterlinck; Lex werpt zich op het dialectgebruik van Heuvel, waarbij Johan opmerkt dat zijn grootvader altijd dialect sprak;  Henk Krosenbrink gaat verder met zijn onderzoek naar Heuvel als volkskundige.
  7. 2014 is het jaar dat we de 150 jarige geboortedag van Heuvel herdenken; tevens het gereedkomen van de oerversie van het OAB, na 90 jaar. René doet het voorstel om in september 2014 een Heuvel symposium te organiseren. De resultaten daarvan – in de breedste betekenis van het woord – kunnen dan vastgelegd, uitgewerkt en uitgegeven worden. Voordien kan een poging gedaan worden om via de Heuvelstichting een site te lanceren, waar, bij voorbeeld, Derks publicaties gepubliceerd worden. Ook Henk Harmsens ‘Peter Rosegger’ kan hier een plaats krijgen, hoewel dat verhaal natuurlijk ook tijdens het symposium aan de orde kan komen. Derk neemt contact op met de beheerder van de site van de Heuvelstichting; hij probeert via Wim Meijerman zijn artikelen te achterhalen. Tijdens de vergadering wordt ons gezelschap geportretteerd; Arend ziet hierin een mogelijkheid om een persbericht samen te stellen en te verspreiden. Dat is inmiddels gebeurd.
  8. De volgende vergadering wordt vastgesteld op 11 januari 2014, plaats: De Lebbenbrugge, aanvang 13.30 uur.

10.De rondvraag levert geen bijzonderheden op.

11.Tegen 16.00 uur sluit René de vergadering, onder dankzegging voor de geanimeerde en inspirerende discussie.