11 mei 2013

Verslag van de eerste bijeenkomst van de ‘Studiekring Hendrik Willem Heuvel’ d.d. 11 mei 2013 te Borculo (Lebbenbrugge)

Aanwezig: Arend Heideman; Dineke Hek; Gerrit Heuvel; Henk Harmsen; Lex Schaars; Henk Krosenbrink; Johan Onstenk; Derk Jansen.

1. Derk – zowel interim-voorzitter als interim-secretaris, heet eenieder welkom en spreekt zijn dankbaarheid uit voor de aanwezigheid van de leden, hoopt op inspirerende bijeenkomsten waarvan de neerslag Heuvel de plaats geeft waar hij recht op heeft. Geldt zowel voor Heuvel in de context van zijn tijd als de Heuvel anno 2013.

2. De korte voorstellingsronde maakt duidelijk waar de ‘relatie’ van de deelnemers met Heuvel ligt. Arend legt voorshands de nadruk op de historische Heuvel onder verwijzing naar de beeldengroep te Gelselaar. Heuvels relatie tot zijn dorpsgenoot Kolkman en diens verwevenheid met Willem Sluiter intrigeren hem. Dineke, achterkleinkind van Heuvel en secretaresse van het bestuur van de ‘Vrienden van de Lebbenbrugge’ vraagt aandacht voor de onderwijskundige kant van Heuvel, bij voorbeeld zijn houding jegens de leerplicht. (deze zijde van H. zal gedurende het gehele gesprek een rol spelen). Gerrit, jongste kleinkind van Heuvel, benadrukt dat nadere analyse van Heuvels motieven in leven en werk van groot belang zijn; heeft het idee dat hij zijn grootvader gedeeltelijk ‘geïnnerd’ heeft. Henk H., als journalist verbonden aan De Gelderlander, heeft in zijn middelbare school periode interesse gekregen voor Heuvel  o.a. door lezing van De Graafschapbode, ook zijn interesse voor de persoon van Gerrit Velderman is toentertijd ontstaan. Lex zijn interesse voor Heuvel kent een zakelijke en sentimentele kant. De eerste heeft te maken met het mooie en soms verrassende Achterhoeks in OAB; vindt zijn neerslag in WALD. Emotioneel wordt hij geraakt door Heuvel vanwege reminiscenties aan het ouderlijk huis. Henk K., maakte op professionele wijze kennis met Heuvel. Heuvel is een icoon en een klassieker; zijn Volksgeloof en Volksleven is het eerste standaardwerk op dit gebied. Johan is geëvolueerd naar een bewonderaar van zijn grootvader; dat komt niet alleen door de verhalen van zijn moeder (dochter van Heuvel), maar vooral door kennisname  en inventarisatie van het rijke archief en de inhoud van Heuvels werk. Hij meldt, dat er nog stukken van het archief in zijn bezit zijn, waaronder de Dagboeken. Derk beschrijft een bezoek aan de Lebbenbrugge; hoe de naam Heuvel via een artikel over de evangelist van Ruurlo, Hilbrandt Boschma, zijn interesse wekte en hoe hij tenslotte bij Johan en Lies Onstenk het voorname archief ontdekte.

Na deze voorstellingsronde waaiert het gesprek breed uit met onderwerpen als: het heimwee naar Laren van Heuvel – dat had hij al in zijn eerste standplaats Gelselaar - ; geschriften van en over Heuvel (Derk verstrekt een overzicht van zijn werken uit Archief 1964); zijn functioneren als onderwijzer, waarbij gewezen wordt op het bestaan van inspectieverslagen en ministeriële overzichten van het onderwijs; mogelijk is er op dit vlak ook nog iets te weten te komen via oral history. Vraag is ook hoe hij de tijd vond voor al zijn activiteiten ook in het licht van de destijdse communicatiemogelijkheden. Aan de orde komt ook hoe Heuvel te ‘vertalen’ naar de 21e eeuw. Daarbij komen de door hem gepubliceerde plaatsbeschrijvingen en wandelingen aan de orde. Voorzichtig wordt gewezen op een mogelijke update daarvan. Welke mogelijkheden zijn er voor het opzetten van een Heuvelwandeling of Heuvelroute als lieux de mémoire? Als we daarin zijn landschapsbeschrijvingen betrekken zij we historisch gezien eigentijds bezig. Nadat Henk K. nogmaals heeft gewezen op Heuvels betekenis voor de volkskunde wijst Johan op het belang van lezing van de dagboeken van Heuvel; in wezen bepleit hij de uitgave daarvan, waarbij Lex opmerkt dat Johans kennis van de Dagboeken moet worden neergeslagen c.q. opgetekend. Arend merkt daarbij op, dat bij uitgave er recht gedaan moet worden aan de auteur. Gerrit zal een aantal Dagboeken bestuderen, daaruit interessante gedeelten destilleren en naar Derk zenden ter verspreiding onder leden van de Kring.  

3. Derk zal op verzoek van alle aanwezige leden van de Kring een brief schrijven aan René Nijhof met het verzoek het voorzitterschap van de Kring op zich te nemen.

4. De aanvullingen op de agenda zijn in punt 2 van de agenda verwerkt evenals elementen van punt 5: Plan van aanpak etc. Tijdens de bespreking van dit punt stelt Derk ter wille van de tijd zijn ‘Aanzet tot een opzet’ aan de orde. Zijn toelichting daarop blijft beperkt tot circa de helft van het overzicht. De rest kan in een volgende vergadering aan de orde komen.

5. Plan van aanpak Zie hiervoor.

6. Als onderdeel van het punt Nadere afspraken wordt bepaald, dat voorshands twee keer per jaar wordt vergaderd. De tweede vergadering van 2013 is bepaald op ZATERDAG 19 OKTOBER  13.30 UUR, DE LEBBENBRUGGE.

7. In de Rondvraag meldt Henk. H., dat hij nader onderzoek heeft verricht  naar Peter Rosegger, inspirator van Heuvel; hem wordt verzorgd daarover iets nader te vertellen c.q. te publiceren. Dat kan eventueel op de site van ‘De Vrienden’, of op die van de Heuvelstichting, aangezien de site van de historische vereniging Achterhoek en Liemers, waarop Derk een viertal publicaties plaatste, t.z.t. zal verdwijnen. 

8. Sluiting. Derk dankt de leden voor hun aanwezigheid en inbreng, die leidden tot een geanimeerde discussie en wenst hen wel thuis.

30.5.2013

Derk Jansen