De jonge Hendrik Willem Heuvel op ‘Ruimzicht’ te Doetinchem.

 

door Derk Jansen

In Heuvels archief bevinden zich vijf Dagboeken, die alle de titel Ter Herinnering dragen. Het eerste, dat tot 31 december 1899 loopt, bevat voor het jaar 1880 onder ander de volgende notities: ‘26 Aug (Dond.) Examen in Doetinchem’ ‘7 – 9 (Dinsd. tot Donderd) in Doetinchem’.
Met ‘Doetinchem’ wordt hier bedoeld de vooropleiding op ‘Ruimzicht’ ten behoeve van de studie theologie; in 1868 opgericht door de Friese predikant J.M. van Dijk. Uit de twee notities kunnen we afleiden, dat de jeugdige Hendrik Willem op dinsdag 7 september 1880 zijn studie op ‘Ruimzicht’ begon en twee dagen later al weer vertrok (donderdag 9 september 1880).Andere bronnen bevestigen dit gegeven. In het Utrechts Archief is namelijk het archief van het Hervormd Opleidingscentrum ‘Ruimzicht’ geplaatst voor de jaren 1868-1981. Daarin vinden we onder andere de volgende gegevens: n° 1001, waar de Notulen van de Voorlopige Opleiding vermelden, dat Hendrik Willem in augustus 1880 wordt geëxamineerd en slaagt voor de toelating tot de Voorlopige Opleiding, een voorbereidende opleiding tot het pas gestarte gymnasium te Doetinchem. De geslaagden gingen eerst naar de ULO aldaar (de Groen van Prinstererschool) Het eerste jaar was een proefjaar en kwam geheel voor de rekening van de ouders; die betaalden daarvoor fl. 400; ongeveer 3800 Euro. In het archief van Ruimzicht lezen we in n° 1031, Balansboek VVO (Vereniging voor Voorlopige Opleiding) ‘De pas aangenomen jongelingen L. Bom van Yerseke en H.W. Heuvel van Laren zijn uit heimwee vertrokken.’ Daarmee was de kous nog niet af, want onder n° 1044 vinden we daar het Kasboek van de VVO. Bij ‘Debiteuren’ lezen we: ’21 October 1880 gerestitueerd door Heuvel te Laren voor verblijf van zijn zoon gedurende twee dagen alhier fl. 10.’ (95 Euro). De financiële drempel voor ‘Ruimzicht’ was dus bepaald niet laag, dit tot ergernis van haar directeur de predikant Jan Melles van Dijk. Het bestuur van die instelling wilde enerzijds, dat er meer predikanten kwamen, maar anderzijds moest dat niet te gemakkelijk worden gemaakt. Het predikantschap moest zijn status behouden en daarnaast speelde de overweging dat een hoge eigen bijdrage de jongens beter zou motiveren. De latere vriend van Heuvel, Hilbrandt Boschma, ook wel bekend als de evangelist van Ruurlo, stond, omstreeks een jaar later dan Heuvel een aantal maanden ingeschreven op ‘Ruimzicht’. Hij moest de studie echter combineren met arbeid op de boerderij van deze instelling. ‘Omdat zijn ouders (vader was landarbeider) totaal geen geld hadden, mocht hij als dorpsgenoot van de familie Van Dijk uit het Friese Tzum bij uitzondering proberen met betaald werk zijn opleiding te bekostigen. Van Dijk heeft nog schoenen en kleding voor hem gekocht, zodat hij naar school kon. Maar het lukte de 12-jarige niet om naast het werk op het land met vrucht de schoolopleiding te volgen.’ In elk geval konden Heuvel en Boschma bij hun eerste ontmoeting in 1913 een aantal jeugdherinneringen delen. We mogen aannemen, dat die aan ‘Ruimzicht’ niet tot de beste hebben behoord. Het merendeel van deze gegevens werd mij ter beschikking gesteld door drs. Aad Schravesande, die een proefschrift over Hilbrandt Boschma in voorbereiding heeft.